Dat begon al bij de behandeling van het jaarverslag. We kwamen met een amendement om het geld uit de bestemmingsreserve stedelijke vernieuwing te verplaatsen naar de reserve volkshuisvesting in plaats van de algemene reserve. De term volkshuisvesting, volgens sommigen een verouderde term voor anderen actueler dan ooit, zegt al meteen waar het om gaat. Dit geld moet blijven waar het voor bedoeld is: sociaal bouwen
Nu is het doel van deze bestemmingsreserve te vaak nog onduidelijk en daarom stelden we ook voor om voor de begroting met een nieuwe definitie te komen, zodat we dit geld goed besteden en niet, zoals de rechtse oppositie van VVD en CDA wil, niks doen met uw belastingen midden in een wooncrisis.
Daarnaast dienden we een motie in: als de gemeente besluit van bank te wisselen dan wordt er nu gekeken naar een duurzame bank. De gemeente besteed al duurzaam aan en dat moet natuurlijk ook gelden voor de bank waar we bij zitten.
Stel vastgesteld vast
Het college stelde voor de verordening maatschappelijke voorziening te wijzigen door een weigeringsgrond toe te voegen, namelijk de voorzienbaarheid. Hiermee kan de gemeente bijvoorbeeld de vergoeding van een traplift weigeren als iemand bewust een huis koopt terwijl in de toekomst beperkingen te verwachten zijn. Dit gaf best wat commotie, want wanneer is iets nou te voorzien? Daarom hebben wij aan de weigeringsgrond toegevoegd dat dit enkel geldt voor vastgestelde ziektes of aandoeningen.
Hiermee was de vergadering nog niet klaar, want wij dienden nog een amendement in. Aan de kaders voor het programma laadinfrastructuur voegden wij nog een kader toe: innovatie. De veranderingen op het gebied van laden gaan snel en moeten we daarom goed in de gaten houden. Door bij het monitoren dit ook in acht te nemen, gaan we niet achterlopen op de actualiteit. De slimme volger moet niet lui worden maar op het puntje van diens stoel zitten.